Uitspraak
26 februari 2020 een fundamenteel procedurevoorschrift is geschonden, doordat zij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld deel te nemen aan de procedure tussen appellant en het Uwv.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat bij de uitspraak van 26 februari 2020 een fundamenteel procedurevoorschrift is geschonden. De voormalig werkgever van appellant, [BV], was niet in de gelegenheid gesteld om als partij deel te nemen aan de procedure, wat een schending van het recht op hoor en wederhoor inhoudt.
Na ontvangst van een brief van [BV] waarin dit werd aangevoerd, heeft de Raad partijen de mogelijkheid gegeven zich schriftelijk uit te laten over de vervallenverklaring van de uitspraak, maar hiervan is geen gebruik gemaakt. De Raad concludeert dat de uitspraak daarom vervallen verklaard moet worden.
De zaak zal door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld, zodat de procedure correct kan worden voortgezet met inachtneming van de juiste procesrechten van alle betrokken partijen.
De beslissing is op 16 april 2021 in het openbaar uitgesproken door rechter J.P.M. Zeijen, met griffier M. Géron.
Uitkomst: De uitspraak van 26 februari 2020 wordt vervallen verklaard en de zaak wordt opnieuw behandeld.