Uitspraak
OVERWEGINGEN
€ 25.693,19 bruto aan teveel ontvangen WIA-uitkering van appellant teruggevorderd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 2009 een loongerelateerde WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 100%. In 2012 stelde het UWV vast dat appellant inkomsten had uit werkzaamheden als zelfstandige, wat niet was gemeld. Hierdoor werd de uitkering herzien en te veel ontvangen bedragen teruggevorderd. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan dat hij wel melding had gemaakt bij een arbeidsdeskundige en dat het UWV tekort was geschoten in de informatieverstrekking, onder meer doordat hij de brochure 'Ik krijg een WGA-uitkering' niet had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig had gemeld en dat het UWV terecht de uitkering herzag en de boete oplegde.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. Er is geen bewijs dat appellant eerder contact had met het UWV over zijn zelfstandige werkzaamheden. Het niet ontvangen van de brochure doet niet af aan de inlichtingenplicht. De boete is proportioneel en terecht opgelegd, mede omdat appellant niet binnen de gestelde termijn melding heeft gedaan. De Raad wijst ook de verwijzingen naar rapporten over gebrekkige communicatie af, omdat hier sprake was van nalatigheid van appellant.
De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, inclusief de herziening van de uitkering, terugvordering en boete.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WIA-uitkering met boete wordt bevestigd.