ECLI:NL:CRVB:2021:856
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-tijdig indienen hogerberoepschrift in sociale zekerheidszaak
De zaak betreft een verzetprocedure tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep in een sociale zekerheidszaak. Appellant, vertegenwoordigd door mr. drs. R.P. Dielbandhoesing, stelde dat het hogerberoepschrift tijdig was verzonden op 3 februari 2020, maar dit werd betwist door de Raad.
De Raad overwoog dat het hogerberoepschrift dat op 19 februari 2020 was gedateerd en verzonden, te laat was ingediend. Het bewijs dat appellant aanvoerde, waaronder een kopie van een agenda en klachten over postbezorging, was onvoldoende om aan te tonen dat het beroepschrift daadwerkelijk op 3 februari was verzonden. Volgens artikel 6:9, tweede lid, Awb geldt het poststempel als maatstaf voor tijdige indiening.
De Raad concludeerde dat appellant in verzuim was en dat het verzet ongegrond moest worden verklaard. Er werd geen aanleiding gezien tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree, met griffier R. van Doorn, op 16 april 2021.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.