ECLI:NL:CRVB:2021:846
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand wegens niet-aangetoonde terugbetaling leningen
Deze zaak betreft een herziening van bijstand over de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 januari 2018 vanwege stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van appellant. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze bijschrijvingen, afkomstig van de ex-partner en de zoon van appellant, als inkomen aangemerkt en een bedrag van €2.309,56 teruggevorderd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening en terugvordering ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de middelen leningen betroffen die daadwerkelijk zijn terugbetaald, en dat het college ten onrechte geen rekening hield met contante terugbetalingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de betreffende bedragen contant zijn terugbetaald. De overgelegde verklaringen van de ex-partner en zoon zijn te algemeen, niet controleerbaar of verifieerbaar. Daarom kon het college terecht de middelen als inkomen aanmerken in lijn met vaste rechtspraak. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van bijstand en de terugvordering wegens niet-aannemelijke contante terugbetaling van leningen.