ECLI:NL:CRVB:2021:783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als [naam functie], kreeg een WIA-uitkering toegekend vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV werd de uitkering beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening hielden met zijn psychische klachten.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen zijn onderschat, onder meer vanwege diagnoses van borderline stoornis en PTSS en slaapproblemen. Hij verzocht om benoeming van een deskundige. Het UWV verwees naar aanvullende rapporten die het eerdere oordeel bevestigen.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV. Het onderzoek was zorgvuldig en voldeed aan algemeen aanvaarde methoden. De aanvullende medische informatie gaf geen aanleiding tot een ander oordeel, mede omdat de diagnose PTSS niet op de datum in geding was vastgesteld. De beperkingen in de FML waren passend en de geselecteerde functies medisch geschikt. Er was geen reden voor benoeming van een deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.