ECLI:NL:CRVB:2021:768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terecht geweigerd WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek en correcte proceskostenvergoeding
Appellant, laatstelijk werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35%, waardoor een WIA-uitkering werd geweigerd. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde beperkingen niet werden erkend, maar na aanvullend onderzoek van de verzekeringsarts werd dit bezwaar weggenomen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten en vroeg om benoeming van onafhankelijke deskundigen. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren aangepast, ook met betrekking tot autistische trekken.
De Raad oordeelde dat het beginsel van equality of arms niet was geschonden omdat appellant voldoende gelegenheid had om medische stukken in te brengen. Wel werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte de kosten van het rapport van psychiater Van Beem niet had vergoed. De Raad verhoogde de proceskostenvergoeding en veroordeelde het UWV tot betaling van deze kosten en het griffierecht. De weigering van de WIA-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd, maar het UWV wordt veroordeeld tot betaling van verhoogde proceskosten en griffierecht.