ECLI:NL:CRVB:2021:749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na medische beoordeling arbeidsmogelijkheden
Appellante was sinds 2013 ziek gemeld na een bedrijfsongeval met brandwonden en heeft sindsdien diverse klachten ontwikkeld, waaronder rug-, been-, schouder-, hand- en polsklachten. Het UWV heeft haar per 10 juli 2017 als geschikt beoordeeld voor de functie van magazijn, expeditiemedewerker en haar ziekengeld geweigerd.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. De functionele mogelijkhedenlijst en de geduide functies stonden vast. De rechtbank verwierp de bezwaren van appellante dat haar klachten en beperkingen zwaarder moesten worden ingeschat.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar klachten ernstig zijn en zijn toegenomen, onder meer door lymfeklierkanker en andere aandoeningen, en dat zij daardoor niet geschikt is voor de geduide functie. De Raad volgt dit niet omdat de medische beoordeling per 10 juli 2017 leidend is en latere ontwikkelingen buiten beschouwing blijven.
De Raad bevestigt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de functie medisch passend is, dat de klachten en beperkingen adequaat zijn beoordeeld en dat de afwijzing van ziekengeld terecht is. De financiële situatie van appellante kan dit niet veranderen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van ziekengeld per 10 juli 2017 bevestigd.