ECLI:NL:CRVB:2021:733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid terugvordering bijstand na hennepkwekerij
De zaak betreft een beroep tegen een nieuw besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere over de terugvordering van bijstandskosten in verband met het exploiteren van een hennepkwekerij in de woning van appellant.
Eerder vernietigde de Raad een eerdere uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college de bijstand over de periode van 14 november 2016 tot en met 27 maart 2017 terecht had ingetrokken en de kosten daarvan mocht terugvorderen. De Raad wees het beroep af dat het college wegens dringende redenen van terugvordering had moeten afzien.
In het bestreden besluit had het college de terugvordering over de genoemde periode berekend en vastgesteld op € 5.328,36. Appellant voerde opnieuw aan dat het college wegens schuldenproblematiek en discriminatie had moeten afzien van terugvordering, maar de Raad oordeelde dat deze gronden niet meer aan de orde konden komen omdat het geding beperkt was tot de correcte uitvoering van de eerdere uitspraak.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.