ECLI:NL:CRVB:2021:73
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkeringsbesluit na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig montagemedewerker, viel uit na een verkeersongeval en kreeg een WGA-uitkering toegekend door het UWV. Hij maakte bezwaar tegen de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn subjectieve klachten en dat de functies niet geschikt waren vanwege overschrijding van beperkingen. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische informatie in te dienen, en dat er geen sprake was van schending van het equality of arms-beginsel.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen van appellant goed had gemotiveerd en dat de objectieve medische gegevens geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. De functiebeoordeling toonde aan dat de geringe overschrijdingen van beperkingen medisch verantwoord en compenseerbaar waren. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV-besluit tot toekenning van de WGA-uitkering wordt bevestigd.