ECLI:NL:CRVB:2021:718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in zorgindicatiezaak
Verzoeker, die hersenletsel heeft opgelopen na een verkeersongeval en zelfstandig woont met zorg en begeleiding, beschikt sinds 2011 over een zorgindicatie onder de Wlz. Het CIZ herzag deze indicatie in 2018 en wijzigde deze naar een lager zorgprofiel, wat door de rechtbank werd vernietigd.
CIZ stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de schorsende werking van het hoger beroep op te heffen, omdat hij vreest zijn woonruimte en zorg te verliezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is. Verzoeker woont nog steeds in de woning van de zorginstelling, ontvangt zorg en heeft geen concrete problemen aangetoond omtrent financiering. Daarom kan de bodemprocedure worden afgewacht.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.