ECLI:NL:CRVB:2021:717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde betaalde werkzaamheden als taxibusbegeleidster
Appellante ontvangt sinds 2011 bijstand en heeft gedurende de periode van 7 januari 2015 tot en met 23 januari 2018 als begeleidster in een taxibus gewerkt zonder dit te melden aan het college. Naar aanleiding van anonieme meldingen en sociaal rechercheonderzoek is vastgesteld dat zij deze werkzaamheden verrichtte en daarmee haar inlichtingenplicht schond.
Het college heeft daarom de bijstand herzien en een bedrag van €19.038,43 teruggevorderd. Appellante voerde aan dat zij de werkzaamheden pas vanaf eind 2016 verrichtte en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen, waaronder haar slechte gezondheid en financiële situatie.
De Raad oordeelt dat appellante gehouden is aan haar op ambtseed afgelegde verklaring waarin zij bevestigt de werkzaamheden vanaf januari 2015 te hebben verricht. Zij heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. Ook zijn de door haar genoemde dringende redenen onvoldoende onderbouwd om af te zien van terugvordering.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand herziening en terugvordering bevestigd.