ECLI:NL:CRVB:2021:693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, voormalig verkoopster, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde een verzekeringsarts dat zij belastbaar was met beperkingen, en een arbeidsdeskundige stelde dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop haar uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsartsen. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat er geen aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek.