ECLI:NL:CRVB:2021:677
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake financiering langdurige zorg
Verzoekster heeft een indicatie voor langdurige zorg (VG03) ontvangen, maar deze is ingetrokken en omgezet naar een lagere indicatie (VG02). De rechtbank heeft het besluit tot intrekking vernietigd, waarna het CIZ hoger beroep instelde. Verzoekster vroeg om een voorlopige voorziening om de schorsende werking van het hoger beroep op te heffen, uit vrees haar woonruimte en zorg te verliezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond. Verklaringen van een vertegenwoordiger van de zorginstelling tonen aan dat verzoekster haar woning behoudt en zorg blijft ontvangen. Tevens is geen inzicht gegeven in problemen met financiering van de zorg.
Daarom kan de uitspraak in de bodemprocedure worden afgewacht zonder dat onmiddellijke voorziening nodig is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.