ECLI:NL:CRVB:2021:574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op WIA vervolguitkering bij 45-55% arbeidsongeschiktheid zonder bijzonder geval
Appellant heeft zich ziek gemeld na een bedrijfsongeval en ontving aanvankelijk een WGA-uitkering met 100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordelingen stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd. Later werd de uitkering herleefd met een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%, met ingang van 16 september 2015.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit niet, oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat appellant in staat was om passende functies te vervullen. Appellant stelde dat er sprake was van meer beperkingen en een bijzonder geval, maar dit werd niet onderbouwd met objectieve medische gegevens.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat de beperkingen en passende functies juist waren vastgesteld en dat het verzoek om een onafhankelijke verzekeringsarts niet kon worden ingewilligd. Het beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op een WIA vervolguitkering van 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd vanaf 16 september 2015.