ECLI:NL:CRVB:2021:562

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 maart 2021
Publicatiedatum
12 maart 2021
Zaaknummer
18/1515 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep Wmo 2015

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor hulp bij het huishouden onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden Groningen handhaafde de afwijzing bij de beslissing op bezwaar van 20 juli 2017.

Tijdens de procedure heeft het college op 12 november 2020 een nieuwe beschikking genomen waarbij aan appellante een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden voor drie uur per week werd toegekend voor de periode van 12 november 2020 tot en met 31 juli 2022. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht zij om een proceskostenveroordeling van het college.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet was ingetrokken vanwege een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel of gedeeltelijk tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Daarom kon geen proceskostenveroordeling worden opgelegd en werd het verzoek afgewezen.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2021, waarbij het college niet was verschenen en het onderzoek ter zitting achterwege bleef.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het hoger beroep niet is ingetrokken vanwege een gewijzigde beslissing die tegemoetkomt aan de bezwaren.

Uitspraak

Datum uitspraak: 12 maart 2021
18/1515 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
8 maart 2018, 17/2873 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden Groningen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J. van der Werk hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2020. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. F. van der Wielen, kantoorgenoot van mr. Van der Werk. Het college is niet verschenen.
De Raad heeft het onderzoek geschorst in afwachting van een reactie van mr. Van der Wielen over de stand van zaken.
Het college heeft op 12 november 2020 een beschikking op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) genomen.
Bij brief van 26 november 2020 heeft mr. D.E. de Hoop, opvolgend gemachtigde, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het hoger beroep was gericht tegen de beslissing op bezwaar van 20 juli 2017 waarbij het college de afwijzing van de aanvraag van appellante van 5 oktober 2016 om hulp bij het huishouden heeft gehandhaafd.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken nadat het college bij besluit van 12 november 2020 naar aanleiding van een nieuwe aanvraag van 11 november 2020 aan appellante een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden voor drie uur per week heeft verstrekt over de periode van 12 november 2020 tot en met 31 juli 2022.
Het hoger beroep van appellante is mitsdien niet ingetrokken als gevolg van een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Het verzoek om een proceskostenveroordeling dient dan ook te worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2021.
(getekend) D.S. de Vries
(getekend) K.R. van Renswoude