ECLI:NL:CRVB:2021:562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep Wmo 2015
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor hulp bij het huishouden onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden Groningen handhaafde de afwijzing bij de beslissing op bezwaar van 20 juli 2017.
Tijdens de procedure heeft het college op 12 november 2020 een nieuwe beschikking genomen waarbij aan appellante een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden voor drie uur per week werd toegekend voor de periode van 12 november 2020 tot en met 31 juli 2022. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht zij om een proceskostenveroordeling van het college.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet was ingetrokken vanwege een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel of gedeeltelijk tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Daarom kon geen proceskostenveroordeling worden opgelegd en werd het verzoek afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2021, waarbij het college niet was verschenen en het onderzoek ter zitting achterwege bleef.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het hoger beroep niet is ingetrokken vanwege een gewijzigde beslissing die tegemoetkomt aan de bezwaren.