ECLI:NL:CRVB:2021:53
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Compensatie kinderbijslag woonlandbeginsel en woonplaats kinderen Marokko
Betrokkene ontving kinderbijslag voor haar kinderen die aanvankelijk in Nederland woonden. Na verhuizingen naar Spanje en Marokko werd het woonlandbeginsel toegepast, wat leidde tot aanpassing van de kinderbijslag. Een compensatieregeling werd ingevoerd voor personen die vóór 1 juli 2012 recht hadden op kinderbijslag volgens het woonlandbeginsel.
Betrokkene verzocht om compensatie, maar dit werd afgewezen omdat haar kinderen niet vóór 1 juli 2012 in Marokko woonden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad baseerde zich op het Weens Verdragenverdrag en de context van het woonlandbeginsel, het gewijzigde NMV en het overgangsrecht. De compensatieregeling is bedoeld voor kinderen die vóór 1 juli 2012 in Marokko woonden, om onredelijke situaties te voorkomen.
De Raad concludeerde dat betrokkene geen recht heeft op compensatie omdat haar kinderen na deze datum naar Marokko verhuisden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat haar kinderen niet vóór 1 juli 2012 in Marokko woonden en zij daarom geen recht heeft op compensatie.