ECLI:NL:CRVB:2021:513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep erkenning tweede arbeidsongeschiktheidspercentage bij PTSS als beroepsziekte politie
Appellant, een gewezen politieambtenaar met een erkende posttraumatische stressstoornis (PTSS) als beroepsziekte, vordert in hoger beroep een tweede arbeidsongeschiktheidspercentage toe te kennen. De korpschef had dit geweigerd omdat appellant als zelfstandige werkte en zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering had afgekocht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad oordeelt echter dat de Regeling vergoeding beroepsziekten politie van 30 juli 2015 van toepassing is en dat deze regeling ook geldt voor gewezen politieambtenaren. De regeling voorziet in het vaststellen van een tweede arbeidsongeschiktheidspercentage door een onafhankelijke deskundige, maar bevat geen regeling voor gewezen ambtenaren die niet via het UWV zijn beoordeeld.
De Raad ziet aanleiding de korpschef op te dragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen waarbij het tweede percentage door een deskundige (verzekeringsarts) wordt vastgesteld. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd en de korpschef veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de korpschef wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen over het tweede arbeidsongeschiktheidspercentage.