ECLI:NL:CRVB:2021:46
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid WIA en geschiktheid functies
Appellante was medewerkster groepsverzorging en meldde zich in 2007 ziek met lichamelijke klachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%, later herzien naar 38,53% na een herbeoordeling in 2017. Appellante stelde dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het tweede besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts het medisch oordeel voldoende had gemotiveerd en dat er geen objectief bewijs was dat appellante meer beperkt was dan aangenomen. De aanvullende beperkingen die appellante aanvoerde werden niet bevestigd door de medische gegevens.
De Raad concludeerde dat de functies medisch geschikt zijn, ook met de beperkingen, en dat het hoger beroep faalt. Er is geen grond voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 38,53% wordt bevestigd.