ECLI:NL:CRVB:2021:442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante, voormalig verkoopster, ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV beëindigde deze uitkering per 25 juni 2017, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2 maart 2018 juist waren vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij op de datum in geding verdergaande beperkingen had dan vastgesteld in de FML, onderbouwd met een rapport van een door de Raad benoemde deskundige, neuroloog Van Dijk. Van Dijk concludeerde echter dat het onwaarschijnlijk was dat appellante op die datum ernstiger beperkingen had dan in de FML waren opgenomen, mede vanwege verschillen in neurologische situatie tussen de datum in geding en het latere onderzoek.
De Raad volgde de deskundige en oordeelde dat de arbeidsdeskundige de passende functies inzichtelijk en navolgbaar had gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering en wijst het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding af.