ECLI:NL:CRVB:2021:399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De gemachtigde van appellant werd op 6 augustus 2020 en opnieuw op 6 september 2020 schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht van €131,- binnen de gestelde termijnen te betalen. Ondanks deze aanmaningen werd het griffierecht pas op 27 januari 2021 voldaan, ruim na de gestelde betalingstermijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot inhoudelijke behandeling van het beroep. Tevens wordt bepaald dat het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan de gemachtigde van appellant. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier H. Alajai op 23 februari 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingediend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.