ECLI:NL:CRVB:2021:371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellant is op 7 november 2020 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €131,- en op de betalingstermijn van 28 dagen. Vervolgens is appellant bij aangetekende brief van 9 december 2020 nogmaals gewezen op de betaling en de consequenties van niet-betaling, namelijk dat het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.
Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken op 19 februari 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.