ECLI:NL:CRVB:2021:356
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag bijstand wegens onduidelijke woonsituatie
Appellant had op 4 januari 2018 een bijstandsaanvraag ingediend met een opgegeven woonadres. Het college weigerde deze aanvraag omdat appellant geen sleutel van de woning had, weinig persoonlijke bezittingen aantrof en bankafschriften lieten zien dat zijn transacties elders plaatsvonden.
Op 5 april 2018 diende appellant een nieuwe aanvraag in met hetzelfde adres. Na een gesprek en huisbezoek op 24 april 2018 handhaafde het college de afwijzing omdat de woonsituatie onduidelijk bleef. Appellant beschikte wederom niet over een huissleutel, betaalde geen huur en mocht overdag niet in de woning verblijven. Zijn bankafschriften bevestigden transacties in een andere wijk dan het opgegeven adres.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel zijn hoofdverblijf had op het adres, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende waren om dit aannemelijk te maken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van het hoofdverblijf op het opgegeven adres.