Appellant, laatstelijk werkzaam als senior begeleider, meldde zich in 2007 ziek met rug-, oor- en psychische klachten. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%, later herzien naar 65,90% en uiteindelijk 67,78% per 6 september 2019 na een herbeoordeling.
Appellant stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen niet juist waren meegewogen, mede omdat informatie van zijn huisarts, neuroloog en psycholoog niet was betrokken. Hij voerde aan volledig arbeidsongeschikt te zijn en dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid overschreden.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts appellant heeft onderzocht en alle relevante medische informatie is betrokken. De arbeidsdeskundige heeft de functies adequaat toegelicht en gemotiveerd waarom deze binnen de beperkingen passen. Appellant kon niet worden gevolgd in zijn stellingen over ongeschiktheid voor de functies.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat het UWV in hoger beroep een volledige onderbouwing gaf en appellant niet benadeeld was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Het UWV moet het betaalde griffierecht vergoeden.