ECLI:NL:CRVB:2021:331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin haar WIA-uitkering ongewijzigd werd verklaard omdat zij volledig arbeidsongeschikt bleef. Na een herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd vastgesteld dat zij marginaal belastbaar was en sociale activering mogelijk was, hoewel zij slechts circa twee uur per dag kon werken.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd aangenomen dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat appellante in staat was tot socialiseringsactiviteiten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geestelijk niet in staat was tot dergelijke activiteiten, hetgeen door het UWV na de uitspraak werd erkend.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellante hierdoor geen actueel procesbelang meer had bij het hoger beroep, aangezien het UWV inmiddels haar standpunt had aangepast. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd omdat het UWV niet onrechtmatig had gehandeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende procesbelang.