Uitspraak
21.850 ZW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds een bedrijfsongeval in januari 2017 ziek gemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde in februari 2018 vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, waarbij hij stelde dat zijn belastbaarheid onjuist was ingeschat, met name vanwege psychische klachten en handbeperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voerde hij nieuwe medische rapporten aan, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad vond dat de medische beoordeling, inclusief de Functionele Mogelijkhedenlijst van januari 2020, juist was en dat de door appellant aangevoerde extra beperkingen onvoldoende waren onderbouwd.
De Raad wees ook het verzoek om benoeming van een onafhankelijke medisch deskundige af, omdat er geen twijfel bestond over de juistheid van de medische beoordeling. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.