ECLI:NL:CRVB:2021:327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en afwijzing WIA-uitkering appellant
Appellant, laatstelijk werkzaam als autopoetser, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) beperkingen vast en concludeerde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de uitkering werd geweigerd.
In bezwaar en beroep werden de beperkingen herbeoordeeld door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die aanvullende beperkingen opnam maar de geschiktheid van geselecteerde functies bevestigde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was een deskundige te benoemen.
Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat een deskundige benoemd moest worden vanwege equality of arms. Tevens voerde hij inhoudelijke bezwaren aan tegen de geschiktheid van de functies. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat appellant voldoende gelegenheid had gehad medische informatie aan te leveren, en dat de beperkingen en functiegeschiktheid juist waren vastgesteld.
De Raad verwierp het hoger beroep, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.