ECLI:NL:CRVB:2021:3267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante was werkzaam als backofficemedewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat zij volgens een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en er geen medische stukken waren die het oordeel van het UWV ondermijnden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar bracht geen nieuwe medische bewijsstukken in. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding om te twijfelen aan het verzekeringsgeneeskundig standpunt van het UWV. De geselecteerde functies overschrijden medisch gezien niet haar belastbaarheid.
De Raad concludeert dat appellante niet heeft aangetoond dat haar belastbaarheid is overschat en bevestigt daarom het bestreden besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.