ECLI:NL:CRVB:2021:3257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van uitspraak niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken gronden
Verzoekster heeft bij brief van 27 mei 2021 verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 december 2020. Volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Deze eis geldt ook voor verzoeken om herziening op grond van artikel 8:119 in Pro samenhang met artikel 6:24 Awb Pro.
Het ingediende verzoekschrift bevatte echter geen gronden. Verzoekster is hierop bij brief van 28 juli 2021 gewezen en kreeg vier weken de tijd om dit te herstellen, maar heeft deze termijn onbenut gelaten. Vervolgens is bij aangetekende brief van 30 augustus 2021 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-inhoudelijke behandeling. Ook deze termijn is voorbijgegaan zonder reactie.
Gezien het ontbreken van gronden en het niet herstellen van dit verzuim verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, op 16 december 2021.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet naleven van gestelde termijnen.