ECLI:NL:CRVB:2021:3252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds januari 2017 arbeidsongeschikt als gevolg van een burn-out en lichamelijke klachten. Het UWV heeft haar WIA-uitkering geweigerd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens medisch en arbeidsdeskundig onderzoek minder dan 35% bedraagt.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben uitgebreid onderzoek verricht, waarbij rekening is gehouden met zowel lichamelijke als psychische beperkingen. De rechtbank heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat zijn vastgesteld.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar klachten zijn toegenomen en dat het onderzoek onzorgvuldig was, maar de Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en het UWV in hun oordeel. De Raad vindt dat de medische beoordeling en de keuze van passende functies goed zijn gemotiveerd en sluit aan bij de vaste rechtspraak.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.