Uitspraak
21.294 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als inpakster via een uitzendbureau, meldde zich ziek met hand- en schouderklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarna de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend, onderbouwd met aanvullende medische informatie.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat de medische en arbeidskundige rapporten juist waren en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante wordt terecht beëindigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.