ECLI:NL:CRVB:2021:3230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant en het verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker had verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht, maar leverde niet de benodigde gegevens aan, waardoor dit verzoek werd afgewezen.
Ondanks meerdere aanmaningen en herinneringen, waaronder brieven van 30 juni 2021, 22 september 2021, 7 oktober 2021 en mondelinge mededelingen tijdens de zitting van 1 december 2021, heeft verzoeker het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen voldaan. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker in verzuim was en dat er geen redelijke gronden waren om dit te betwijfelen.
Op grond hiervan verklaarde de voorzieningenrechter het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 8 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.