ECLI:NL:CRVB:2021:3208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaars beoordeling bevestigd
Appellante, laatst werkzaam als uitzendkracht, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij ernstige angststoornissen heeft, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, concludeerde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren en bevestigde de beëindiging van de uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.