ECLI:NL:CRVB:2021:3153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA ondanks oogklachten
Appellante, voormalig teammanager, meldde zich ziek vanwege oogklachten en ontving een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 42%. Na een melding van toegenomen klachten in 2015 handhaafde het Uwv deze mate van arbeidsongeschiktheid na medisch en arbeidskundig onderzoek, ondanks bezwaren van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beoordeling zorgvuldig was en de beperkingen passend bij de geselecteerde functies. Appellante voerde in hoger beroep aan volledig arbeidsongeschikt te zijn, met name vanwege ongeschiktheid voor werk in omgevingen met airconditioning.
De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die na aanvullend onderzoek concludeerde dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat werken in een goed onderhouden aircosysteem mogelijk is. De Raad oordeelde dat de deskundigenrapporten overtuigend waren en dat de bezwaren van appellante onvoldoende onderbouwd waren.
De arbeidskundige beoordeling werd eveneens bevestigd, waarbij werd gewezen op de naleving van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de specifieke omstandigheden van de functies. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het Uwv in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante juist is vastgesteld op 42%.