ECLI:NL:CRVB:2021:3149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische toetsing
Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat haar lichamelijke en psychische beperkingen zijn onderschat en dat zij volledig arbeidsongeschikt is zonder benutbare mogelijkheden. Tevens stelde zij dat de rechtbank ten onrechte geen deskundige had benoemd.
Zowel in beroep als in hoger beroep heeft appellante geen aanvullende medische stukken overgelegd ter onderbouwing van haar stellingen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig is uitgevoerd en dat de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist is.
De Raad oordeelt dat er geen aanleiding is om een deskundige te benoemen en dat met de Functionele Mogelijkhedenlijst van 2 september 2019 voldoende rekening is gehouden met de beperkingen van appellante. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2021 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.