Uitspraak
21.1917 ZW-PV
drs. F. Kaloudis, kantoorgenoot van zijn gemachtigde mr. C. van der Ent, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.L Clemens.
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 19 januari 2021 te beëindigen. Het bezwaar werd ingediend op 27 januari 2021, na de wettelijke termijn die op 11 januari 2021 was verstreken. Appellant stelde dat hij eerder een bezwaarschrift had verzonden op 5 januari 2021, maar kon dit niet aannemelijk maken omdat de brief niet aangetekend was, geen kopie werd overgelegd en er geen bewijs van verzending was.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was op grond van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Telefonisch navragen bij het UWV na afloop van de termijn was onvoldoende bewijs voor tijdige verzending. Het bezwaar van 27 januari 2021 werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 december 2021.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.