ECLI:NL:CRVB:2021:3142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig operator, meldde zich ziek vanwege een huidaandoening en psychische klachten. Het UWV stelde na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde daarom de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de ingediende medische stukken onvoldoende nieuw waren om twijfel te zaaien.
In hoger beroep voerde appellant aan volledig arbeidsongeschikt te zijn door huidkanker, fysieke en psychische klachten en verzocht om een deskundigenonderzoek. De Raad volgde het UWV en de rechtbank in het oordeel dat de medische en arbeidskundige beoordeling de beperkingen juist in kaart bracht. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijk deskundigenonderzoek af vanwege het ontbreken van noodzakelijke twijfel.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies en dat de medische beperkingen niet zwaarder waren dan vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.