ECLI:NL:CRVB:2021:3141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als collectantenwerver, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast, waarna het UWV de uitkering beëindigde omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over ernstigere psychische beperkingen, waaronder ADHD en een autismespectrumstoornis, en beperkte belastbaarheid voor geluid en prikkels. De Raad volgde de rechtbank en het UWV: de medische onderzoeken waren zorgvuldig, de verzekeringsarts had rekening gehouden met de aandoeningen en er was geen objectief bewijs dat de beperkingen waren onderschat. Het Zorg(behandel)plan en verklaringen van de coach boden geen nieuwe aanknopingspunten.
De Raad bevestigde dat de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellante. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.