ECLI:NL:CRVB:2021:3109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in sociale zekerheidszaak
Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
De gemachtigde van appellante is bij brief van 15 juli 2021 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verstrijken. Vervolgens is bij aangetekende brief van 16 augustus 2021 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-behandeling van de zaak leidt. Ook deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan.
Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen in aanwezigheid van griffier J.M. Labage op 9 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.