ECLI:NL:CRVB:2021:3093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. Tevens bevatte het ingediende beroepschrift geen beroepsgronden.
De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 16 augustus 2021 en opnieuw bij aangetekende brief van 16 september 2021 in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen door alsnog het griffierecht te betalen en de beroepsgronden in te dienen. Beide termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan. Ook een verzoek tot het indienen van een schriftelijke machtiging is onbeantwoord gebleven.
Op grond van deze feiten oordeelt de Raad dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 9 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.