ECLI:NL:CRVB:2021:3083

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 december 2021
Publicatiedatum
10 december 2021
Zaaknummer
19/2613 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 28 april 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het deels tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift op verzoek kan worden veroordeeld in de kosten. De Raad beoordeelde de door appellante gemaakte kosten en begrootte deze conform het Besluit proceskosten bestuursrecht op € 2.346,96, inclusief kosten voor het opvragen van medische informatie.

De Raad wees de vordering tot vergoeding van griffierechten af, omdat appellante zich daarvoor rechtstreeks tot het UWV kan wenden. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 8 december 2021.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.346,96 aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 december 2021
19/2613 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 mei 2019, 18/5624 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.A. Timmer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft via videobellen plaatsgevonden op 4 februari 2021. Namens appellante is mr. Timmer verschenen. Van de zijde van appellante is verder verschenen [naam zoon] , haar zoon. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W. de Rooy-Bal.
Het Uwv heeft op 28 april 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 31 mei 2021 heeft mr. Timmer namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante.
Het Uwv heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 28 april 2021 aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken voor de aan haar verleende rechtsbijstand. Deze proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 748,- in beroep (1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.496,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting).
Met betrekking tot de vordering van de gemaakte kosten van € 102,96 voor het opvragen van medische informatie is de Raad van oordeel dat deze vordering eveneens voor vergoeding in aanmerking komt.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.346,96.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2021.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H. Alajai
GdJ