ECLI:NL:CRVB:2021:3071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid bevestigd
Appellant was werkzaam als machineschoonmaker en ontving na zijn WW-uitkering een Ziektewetuitkering wegens ziekte, waaronder de ziekte van Pfeiffer en later ook psychische klachten. Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering per 14 oktober 2019 na een medisch onderzoek dat appellant geschikt achtte voor zijn maatgevende arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de artsen van het UWV voldoende rekening hadden gehouden met zowel de fysieke als psychische klachten van appellant. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gezondheidssituatie verslechterd was en dat het CMV-virus onvoldoende was meegewogen, maar kon dit niet onderbouwen met medische gegevens die de ernstiger beperkingen op de datum van beëindiging aantoonden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het medisch oordeel van het UWV. Het verzoek van appellant om een onafhankelijke deskundige te benoemen werd afgewezen. De Raad bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 14 oktober 2019 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 14 oktober 2019 wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid.