Uitspraak
20 2342 ZW
12 juni 2020, 19/1296 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
V.M. Candelaria als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2021.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig exportmedewerker, meldde zich ziek wegens rugklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat appellant met beperkingen nog 80,75% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische rapporten zorgvuldig en consistent waren en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld, dat de geselecteerde functies niet geschikt waren en dat hij uitbehandeld was.
De Raad toetste de zorgvuldigheid van het onderzoek, het beginsel van equality of arms en de inhoudelijke beoordeling. De Raad concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was, appellant voldoende gelegenheid had gehad om stukken in te brengen en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren. Er was geen aanleiding tot inschakeling van een onafhankelijk deskundige.
De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties passend waren. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.