Uitspraak
20 2885 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Bij besluit van 29 mei 2018 heeft het Uwv de ZW-uitkering beëindigd per 30 juni 2018. Het hiertegen gerichte bezwaar heeft het Uwv gegrond verklaard, waarna de ZW-uitkering ongewijzigd is voortgezet.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatst werkzaam als lasser, meldde zich in januari 2017 ziek met fysieke en psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na diverse medische beoordelingen en een psychiatrische expertise stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 39,14% per 1 januari 2019. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat zijn psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele mogelijkheden van appellant correct waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak na bestudering van de medische rapporten, waaronder een psychiatrische expertise en verslagen van verzekeringsartsen.
De Raad oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de psychische beperkingen van appellant zijn onderschat. De diagnoses dysthyme stoornis en cognitieve stoornis zijn beoordeeld, maar leidden niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De medische situatie is stabiel en er is geen sprake van verergering. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is terecht vastgesteld op 39,14% en het hoger beroep wordt verworpen.