ECLI:NL:CRVB:2021:3024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante, laatst werkzaam als klantenservicemedewerkster, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en de medische beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was en dat haar medische situatie was verslechterd, met aanvullende medische stukken en het verzoek om een deskundige te benoemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de aanvullende stukken geen aanleiding gaven tot wijziging van de Functionele Mogelijkhedenlijst. Ook waren de geselecteerde functies passend binnen de beperkingen. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.