ECLI:NL:CRVB:2021:2999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 53,5%
Appellante was administratief medewerker en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 48,98%, later verhoogd naar 53,5% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante de medische belastbaarheid en stelde zij dat onvoldoende rekening was gehouden met een borderline persoonlijkheidsstoornis.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die meerdere psychiatrische diagnoses vaststelde, maar geen borderline persoonlijkheidsstoornis. De deskundige concludeerde dat appellante beperkingen heeft in aandacht, stressbestendigheid en emotionele omgang, maar geschikt is voor geselecteerde functies. De verzekeringsarts vertaalde deze conclusies in een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad oordeelde dat de deskundigenrapporten zorgvuldig en consistent zijn, en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing leverde om de conclusies te betwisten. De geschiktheid van de functies werd bevestigd. Het bestreden besluit was aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat het niet tot benadeling leidde. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 53,5% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.