ECLI:NL:CRVB:2021:2993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij betalingsregeling UWV
Appellant had een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangen, die door het UWV werd herzien wegens werkzaamheden in bepaalde perioden. Het teveel ontvangen bedrag en een boete werden teruggevorderd, totaal €10.809,58. Het UWV stelde een betalingsregeling vast met maandelijkse termijnen.
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de termijn en het UWV verlaagde deze. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze verlaging ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Tijdens het hoger beroep bleek dat appellant niet het vastgestelde bedrag had betaald, maar het UWV stelde dat appellant niet alsnog de hogere termijnen hoefde te betalen. Hierdoor had appellant geen belang meer bij het hoger beroep. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.