ECLI:NL:CRVB:2021:2947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding opleiding wegens niet-naleving SBK 2012 en keuze loondienst
Appellante was sinds 2003 werkzaam bij het Ministerie van Defensie en werd herplaatsingskandidaat na een reorganisatie waarbij haar functie kwam te vervallen. Zij stelde een persoonlijk uitstroomplan (PUP) op met een opleiding tot uitbreiding van haar supervisorschap, met kosten van circa €19.000. De minister wees de aanvraag voor vergoeding af omdat appellante geen definitieve keuze had gemaakt tussen loondienst of zelfstandig ondernemerschap en de opleiding langer duurt dan het herplaatsingstraject.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante als herplaatsingskandidaat een keuze moest maken tussen voorzieningen voor loondienst of zelfstandig ondernemerschap. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het PUP geen bindende toezegging inhoudt voor vergoeding van de opleiding. Appellante had na ontslag een WW-uitkering aangevraagd, waarmee zij impliciet koos voor loondienstvoorzieningen, die een maximale herplaatsingsduur van 12 tot 18 maanden kennen.
De Raad concludeert dat de opleiding van appellante deze termijn overschrijdt en niet noodzakelijk is voor duurzame herplaatsing. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het Sociaal Beleidskader 2012 rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding bevestigd.
Uitkomst: De vergoeding van de opleidingskosten wordt afgewezen omdat appellante niet tijdig een keuze maakte en de opleiding langer duurt dan het herplaatsingstraject.