ECLI:NL:CRVB:2021:2884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellante werd op 20 mei 2021 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van een griffierecht van €134,-, met een betalingstermijn van 28 dagen. Na het uitblijven van betaling werd op 20 juni 2021 nogmaals een aangetekende brief gestuurd met een nieuwe betalingstermijn van vier weken, met de waarschuwing dat bij niet tijdige betaling het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld zou worden. Deze brief werd op 9 juli 2021 retour ontvangen met de mededeling dat deze niet was afgehaald.
Op 14 juli 2021 is de brief opnieuw verzonden met de mededeling dat er geen nieuwe termijn zou lopen. Het griffierecht is uiteindelijk niet betaald binnen de gestelde termijnen. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.