ECLI:NL:CRVB:2021:2857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek leeftijdsontslag 55 jaar in plaats van 60 jaar voor tijdelijke aanstelling bij Defensie
Appellant, werkzaam als beroepsmilitair bij het Korps Mariniers sinds 1994, heeft meerdere tijdelijke aanstellingen gehad voordat hij in 2003 voor onbepaalde tijd werd aangesteld na het succesvol afronden van de Voortgezette Vakopleiding Mariniers (VVO).
In 2019 verzocht appellant om toepassing van artikel 39a van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement (AMAR), waardoor hij bij het bereiken van zijn 55ste jaar met leeftijdsontslag zou kunnen gaan in plaats van bij 60 jaar. Dit verzoek werd afgewezen door de minister van Defensie, waarna appellant hiertegen bezwaar maakte en vervolgens hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat leeftijdsontslag bij tijdelijke aanstellingen niet aan de orde is en dat appellant vanwege zijn tijdelijke aanstellingen niet onder het overgangsrecht valt dat geldt voor militairen die vóór 1 januari 2002 voor onbepaalde tijd zijn aangesteld. De minister heeft een ruime vrijheid om verschillende soorten aanstellingen te gebruiken binnen de organisatie, met als doel onder meer het personeelsbestand piramidevormig te houden. Het beroep van appellant is ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn verzoek bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om leeftijdsontslag bij 55 jaar in plaats van 60 jaar wordt afgewezen en de afwijzing bevestigd.