Uitspraak
20.795 PW
OVERWEGINGEN
26 juli 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 8 mei 2019 (bestreden besluit), de bijstand van appellant over de periode van 1 januari 2018 tot 1 juli 2018 in te trekken en vanaf 1 juli 2018 te beëindigen (lees: in te trekken) en de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1 januari 2018 tot 1 juli 2018 tot een bedrag van € 5.952,71 van appellant terug te vorderen. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van de op geld waardeerbare werkzaamheden in de [zaak] van zijn zoon. Hierdoor kan het recht op bijstand vanaf 1 januari 2018 niet worden vastgesteld.